Test je ook mee?
Wij werken aan een nieuwe lay-out.
Vanaf 2 april is deze beschikbaar. Wil je de nieuwe lay-out alvast gebruiken?
Test nu mee en laat ons weten wat je er van vindt!
Ik doe mee! Liever niet
Menu

Buurtverhalen

Hieronder staan alle verhalen of blogs die je buurtgenoten op de site plaatsten. Ze zijn blij met jouw reactie!

Pagina's (1): 1
Titel Omschrijving
Verborgen sporen Het Spoorboekje roept verrassende reacties op van mensen die ook een verhaal over hun familie in de Spoorhoek hebben. Reden voor een digitaal vervolg op deze website. Met foto's en informatie verzameld en beschreven door Jolanda Keesom. Reacties en aanvullingen over andere families zijn welkom! De tijd op Spoorwegstraat 43 Ludwig Bercht, sinds 1948 horlogemaker op de Sonsbeeksingel, werd in 1922 geboren op Spoorwegstraat 43. Daar was zijn vader, Karl Ludwig August Bercht, rond 1910 een winkel in klokken, horloges en muziekinstrumenten begonnen. Sinds 1892 had hij al een zaak op de Hommelseweg gehad, tegenover het Luthers Hofje. Toen hij daar plaats moest maken voor een De Gruijterwinkel, kon hij in de Spoorwegstraat terecht. Klokken, horloges en muziekinstrumenten Karl Ludwig August Bercht, geboren in 1859, kwam uit het plaatsje Treuenbrietzen bij Berlijn. Hij had acht jaar door Europa gezworven om het vak te leren, onder andere bij de beroemde Russische edelsmid Fabergé in Sint Petersburg. Op uitnodiging van de firma Haas in de Bakkerstraat kwam hij naar Arnhem. Hij trouwde twee keer en kreeg zes kinderen. Ludwig is de jongste van de drie zonen uit het tweede huwelijk, met Frederika Rietbergen. Zijn vader was luthers en zijn moeder katholiek. In Ludwigs jeugd had Spoorwegstraat 43 nog twee aparte etalages aan weerszijden van de voordeur. Aan de ene kant zat een winkel voor klokken en horloges. Aan de andere kant werden muziekinstrumenten verkocht. Bercht voorzag in die tijd vele muziekkorpsen uit de omgeving van instrumenten. Als klokkenmaker deed hij een keer per week een ronde door de stad om overal de klokken op te winden. Dat was toen nog een vak apart. Juffrouw Ten Velde Het winkelpand van Bercht was voor een ouder pand gebouwd. De Spoorwegstraat (of Sonsbeekstraat, zoals hij eerder heette) is in de loop van de tijd dus een stuk smaller geworden. Ludwig Bercht herinnert zich nog dat er tussen de hoge winkel en het woonhuis een buitenmuur zat. Boven, op nummer 41, woonde juffrouw Leida ten Velde, een dochter van de eigenaar. Uit het Spoorboekje weten we dat na de Tweede Wereldoorlog de familie Verborg bij haar inwoonde. In de jaren twintig van de vorige eeuw zat op nummer 39 de schoenenzaak van Van Hattem. Er moet nog een afbeelding van een schoen in de portiekvloer van die voormalige winkel zitten, maar dat is tegenwoordig afgesloten. Later kwam in dat pand de fourniturenzaak en -groothandel van Bitter. Ludwig Bercht ging naar dezelfde lagere school als zijn nieuwe buurjongens Wim en Jo Bitter. IJs De Spoorwegstraat was in de jaren twintig en dertig een drukke straat, met een slijterij, een kantoorboekhandel en bij het Velperplein de garage van Van Zijl. Ludwig Bercht speelde als kind met Huub en Jan Kievit, de kleinzonen van koster Nijland van de Lutherse kerk die daar samen met hun moeder bij hun grootvader inwoonden. Hun favoriete speelplek was het portiek van de kerk dat ook toen al niet vaak openging. Een hoogtepunt van het jaar was het opruimen van de grote kerstboom van de kerk, want dan mochten ze als beloning de kransjes van koek en chocola opeten. Andere lekkernijen vonden ze bij de ijsfabriek van Petri op nummer 21. Als verpakte wafelijsjes te lang in de diepvries hadden gelegen, werden ze scheef en kregen de buurkinderen een paar cent korting. Ludwig Bercht ziet ook nog voor zich hoe Petri met een lage vrachtwagen vol ijskarretjes uit de Spoorwegstraat vertrok, om die over strategische punten in de stad te verspreiden. In de ijsfabriek werkte meneer Hartemink die alles wist van de grote koelmachine van het merk Borsig die speciaal uit Duitsland was gehaald voor de ijsfabriek. De Rieters De familie Bercht was goed bevriend met de overburen, de gebroeders Rieter die met hun grote gezinnen op nummer 14 en 18 woonden, boven hun warenhuis De Goedkoope Winkel die in 1914 was gebouwd. Ludwig Bercht heeft hun voornamen nooit gekend, omdat ze altijd 'de Dikke' en 'de Lange' Rieter werden genoemd. De families Rieter en Bercht kwamen vaak bij elkaar over de vloer om te kaarten en iets te drinken. Doordat zijn oudere broer Karel bevriend was met Fons, een zoon van 'de Dikke', mocht Ludwig als jongetje vaak mee met de vrachtwagen van de Rieters om spullen uit het pakhuis naar andere filialen te brengen, bijvoorbeeld in Velp. Hij herinnert zich dat Fons de auto, die grotendeels uit hout bestond, vaak met boenwas stond te poetsen. Alleen de motorkap was van ijzer. Fons Rieter had autotechniek gestudeerd en reed later ook met de veel grotere vrachtwagen van groothandel Kohlmann. Daarmee haalde hij bijvoorbeeld serviesgoed uit Duitsland dat in het pakhuis achter de winkel werd bewaard. In 1936 vertrokken de Rieters vrij plotseling na een zakelijk conflict met Kohlmann dat kennelijk niet op te lossen was. Fons Rieter begon een zaak in Gulpen. De moeder van Ludwig Bercht hield altijd contact met hem en bestelde na de oorlog, toen ze alles kwijt was, nog huisraad bij hem. Andere tijd Na de evacuatie van Arnhem in 1944 kwam de familie Bercht niet meer terug in de Spoorwegstraat. Karl Ludwig August Bercht was in 1942 overleden en zijn veel jongere weduwe kwam in 1945 terug uit Zwartebroek. Ze trof het pand aan met een verwoest dak en wilde er niet meer wonen. Ze vond onderdak bij haar zus in het Spijkerkwartier. Ludwig kon in 1948 een horlogezaak overnemen aan de Sonsbeeksingel. Hoewel hij net als zijn broer, die violist werd, op het Conservatorium had gezeten, was hij uiteindelijk het horlogemakersvak ingerold. Als achtjarige was hij al begonnen dat te leren aan de werkbank van zijn vader. En daarmee is hij altijd goed bij de tijd gebleven. Hij repareert nog steeds horloges en klokken voor juweliers in Arnhem en de wijde omgeving.
Verborgen sporen Het Spoorboekje roept verrassende reacties op van mensen die ook een verhaal over hun familie in de Spoorhoek hebben. Reden voor een digitaal vervolg op deze website. Met foto's en informatie verzameld en beschreven door Jolanda Keesom. Reacties en aanvullingen over andere families zijn welkom! De roerige geschiedenis van Apeldoornsestraat 6 Apeldoornsestraat 6. Je bent er voorbij voordat je er erg in hebt. Een witte gevel met sierlijke deurlijsten die tegen Hotel Bosch lijkt aangeplakt, met een winkelruimte die de laatste jaren nogal vaak van inhoud is veranderd. Birgit Nieuwenhuis is er geboren en sinds 2007 eigenares van het pand. Ze heeft de geschiedenis van het pand grondig uitgeplozen. Dankzij haar speurwerk en haar openhartigheid komen we meer aan de weet over de bewoners en gebruikers van dit pand. Villa, kantoor en kapsalon Het is nu moeilijk voor te stellen, maar Apeldoornsestraat 4 en 6 waren ooit elkaars spiegelbeeld. Na de Tweede Wereldoorlog werd nummer 4 ingrijpend verbouwd tot Hotel Bosch, maar de gevel van nummer 6 is altijd praktisch hetzelfde gebleven; met een balkon boven de erker en voor beneden en boven twee toegangsdeuren. Het dubbele pand met de nummers 4 en 6 is in 1865 gebouwd. Baron Voerst van Lijnden woonde op nr.4, Ida Engelhart op nr.6. Vanaf 1907 woonde de familie van Jonkheer Stael van Holstein op nummer 4, terwijl het gedeelte met nummer 6 bewoond werd door de wijnhandelaar Ketelaar. In 1923 kocht advocaat en procureur Cornelis de Kempenaer het pand op nummer 6 en vestigde op de begane grond zijn kantoor aan huis. Toen hij in 1936 verhuisde naar Rheden, liet hij het kantoor verbouwen tot kapsalon en verhuurde het. Meubelzaak Rembrandt Na de Tweede Wereldoorlog was het pand eigendom van meubelmaker Isodoor de Jong. In 1956 verkocht hij het aan Jacob Nieuwenhuis. Deze meubelmaker uit Ugchelen begon er een meubelzaak en ging er boven wonen met zijn twee zoons van 11 en 16 en met zijn tweede vrouw, de veel jongere Duitse Theodora Hüttermann. Net als andere zaken in de buurt werd de meubelzaak genoemd naar het nieuwe Rembrandthotel. In 1957 werd dochter Birgit geboren. Kennelijk gingen de zaken goed, want in de jaren daarna werd het houten magazijn opnieuw in steen opgetrokken en kreeg het pand aan de achterkant een aanbouw. Pension Nadat het huwelijk in 1961 was gestrand, bleven Theodora en haar dochter op de Apeldoornsestraat wonen. Birgit ging naar de Annaschool op de Hommelseweg en zag om zich heen hoe de manege en andere panden in de Manegestraat gesloopt werden en de grote PTT-gebouwen verrezen. Veel herinneringen aan de Spoorhoek heeft ze echter niet, want vanaf haar achtste woonde ze in een kindertehuis. Voor zover ze weet kwam haar moeder rond door de winkel aan kapsalon 'Le Maquis' te verhuren en boven een pension voor gastarbeiders te runnen. Daarnaast werkte ze bij V&D en maakte ze foto's van de omgeving en van zichzelf. Het maken van 'selfies' had zij allang ontdekt. Verwerking Vanaf 1978 had Theodora Hüttermann de krakers van Hotel Bosch als buren. Ze lieten haar pand met rust totdat de kapsalon in 2001 leeg kwam te staan en de krakers er een expositieruimte in begonnen. Een jaar later moesten ze vertrekken, tot grote opluchting van Theodora die inmiddels slecht ter been was en in haar eentje in de bovenwoning was achtergebleven. Toen ze in 2007 op 83-jarige leeftijd na een beroerte overleed erfde Birgit een slecht onderhouden pand vol spullen. De begane grond werd op dat moment verhuurd aan een makelaar. Birgit besloot het pand te houden om te verhuren. Boven liet ze drie appartementen maken. Door in de geschiedenis van het pand te duiken heeft ze haar eigen familiegeschiedenis verwerkt, zegt ze achteraf. Ze gaf ook anderen de kans om iets met het verleden van het pand te doen. Toen de ruimte in 2010 tijdelijk leeg stond, dook kunstenaar Marten Hendriks met het project False Front in de geschiedenis van het pand en de omgeving van de Apeldoornsestraat. Hij reconstrueerde daarvoor het interieur van de oude villa. Na verschillende andere bestemmingen verhuurt Birgit de winkelruimte nu aan een uitzendbureau.
Verborgen sporen Het Spoorboekje roept verrassende reacties op van mensen die ook een verhaal over hun familie in de Spoorhoek hebben. Reden voor een digitaal vervolg op deze website. Met foto's en informatie verzameld en beschreven door Jolanda Keesom. Reacties en aanvullingen over andere families zijn welkom! Gorissen, Herenhoedenmagazijn van 1875, Hommelstraat 29 Johannes Joachim Gorissen begon in 1875 een herenhoedenzaak op de Hommelstraat. Dat ging zo goed dat hij zijn zaak al in 1886 uitbreidde naar het buurpand. Daar trok hij de aandacht van het publiek niet alleen met zijn hoeden en petten van eigen handelsmerk, maar ook met zijn smeedijzeren gevelversieringen, zoals op de voorkant van het Spoorboekje te zien is. Maar dankzij achterkleinzoon Koen Berfelo is er meer opmerkelijks te vertellen. Afgetimmerde sporen Aan de gevel op Hommelstraat 29 is tegenwoordig weinig meer te zien van Gorissen. De gietijzeren pilaren in de pui zijn blauw geschilderd en de tegels met de naam zijn afgetimmerd. Na bijna 35 jaar zijn de sporen van Gorissen in de Spoorhoek praktisch uitgewist. In 1980 vertrok de laatste generatie Gorissen uit de winkel. De broers Bert en Max hadden geen opvolger. Dankzij zijn interesse in Het Spoorboekje kwamen we een andere nazaat op het spoor: Koen Berfelo, een achterkleinzoon van de oprichter. Zijn moeder groeide op boven het Gorissen-filiaal aan de Ketelstraat dat haar vader daar in 1900 was begonnen. Een oom van haar had in 1910 een filiaal in de Kortestraat onder zijn hoede had genomen, terwijl een andere oom in de zaak in de Hommelstraat was gekomen. Van de Spoorhoek was de zaak dus uitgebreid naar het centrum. Begin van een keten Waarschijnlijk is J.J. Gorissen zijn zaak begonnen in hetzelfde pand waar in 1891 de gebroeders Kohlmann hun eerste filiaal van de Goedkoope Winkel zijn begonnen. Tegen die tijd was de nummering van de Hommelstraat veranderd en had dit pand nummer 31 gekregen. Net als zijn latere buurmannen Kohlmann en Rieter blijkt Gorissen vanuit de Hommelstraat een keten te zijn gestart. Het Geïllustreerd Zondagsblad van de Arnhemsche Courant bericht op 16 augustus 1925 over het vijftig jarig bestaan van de hoedenzaak. Een paar jaar eerder heeft die in de Hommelstraat een nieuw gezicht gekregen met in gekleurde tegels boven de etalages de aanduiding 'Hoedenmagazijn Gorissen'. Overigens maakte de familie Gorissen zelf geen hoeden, maar kocht ze in en verkocht ze onder eigen merk aan de detailhandel: 'en gros' en 'en detail'. Hun assortiment varieerde van 'hoge zijen' tot dagelijkse petten en helmen voor het Nederlandse leger. Ook verkochten ze parapluis, wandelstokken en 'pelterijen': bontwerk; vermoedelijk in de vorm van bontmutsen en -kragen. Bert en Max De broers Bert en Max werden in de jaren twintig geboren boven de winkel van hun vader op Hommelstraat 29. In hun generatie was dat niet helemaal vanzelfsprekend meer. Zo studeerde Bert voor edelsmid aan Kunstoefening, de voorloper van de huidige Kunstacademie ArtEZ. In de Tweede Wereldoorlog hielp hij Joden onderduiken en beschreef onder andere zijn ervaringen met de evacuatie van Arnhem waardoor hij met zijn familie in Apeldoorn belandde. Na de oorlog bouwde hij samen met zijn broer de zaak van zijn vader op. Bert kreeg geen kinderen. Zijn broer Max met wie hij tot 1980 heeft samengewerkt, kreeg twee dochters. In 1975 vierden de Gorissen nog enthousiast het honderdjarig bestaan, maar al snel werd duidelijk dat deze nering zijn beste tijd had gehad. Het dragen van hoeden en petten raakte steeds meer uit de mode. Paraplu's waren geen luxe-artikelen meer. Voor zulke gespecialiseerde winkels was weinig belangstelling meer. Jammer, want de Gorissen hadden altijd veel persoonlijke aandacht aan hun werk besteed. Getuigen Koen Berfelo herinnert zich de winkel aan de Hommelstraat uit zijn kindertijd als een nogal stoffige en ouderwetse zaak, met behalve hoofddeksels ook wandelstokken en parapluis. Hij koestert een aantal bijzonder vormgegeven voorwerpen die zijn ondernemende familie liet maken, zoals hoedendozen met het Gorissenlogo, een asbak in de vorm van een hoge hoed en een kalender die in 1912 als relatiegeschenk werd gemaakt. Objecten als stille getuigen van de geschiedenis die zich grotendeels in de Spoorhoek heeft afgespeeld.
Pagina's (1): 1